Vereniging tot bestuurder benoemen in een nevenstichting

Het oprichten van een stichting, nevenstichting, dochterstichting of steunstichting door een vereniging kan in bepaalde gevallen handig zijn om vermogen, maar ook om risico’s af te splitsen. Ook kan er verschil zijn in fiscale behandeling. Bijvoorbeeld voor de schenk- en erfbelasting of btw. Een sportvereniging die van plan is om een nieuwe accommodatie te realiseren of de bestaande uit te breiden is voor haar belangrijkste activiteiten vrijgesteld van btw. Hoofdregel is geen btw betalen is ook geen btw aftrekken. Als de vereniging een aparte nevenstichting opricht die zelf een nieuw sportcomplex realiseert en ter beschikking stelt aan de sportvereniging (of eventueel de leden) dan moet de nevenstichting de sportvereniging zes procent btw in rekening brengen. Zelf mag de nevenstichting de btw op de bouwkosten, maar ook de btw op toekomstige onderhoudskosten, in aftrek kan brengen.

Bestuur van de nevenstichting

Het bestuur van de vereniging zal graag invloed willen houden op het bestuur van de stichting. Dit kan op verschillende manieren.

De vereniging moet haar statutaire doelomschrijving aanpassen. Hierin moet worden opgenomen dat ter verwezenlijking van haar doelstelling, mede tot oprichting van een andere, afhankelijke rechtspersoon (de nevenstichting) kan worden overgegaan en dat zij over deze rechtspersoon het bestuur mag voeren. In de nevenstichting wordt vervolgens opgenomen dat zij zich (mede) zal richten naar de belangen van de vereniging. Invloed op de bestuurssamenstelling kan worden gerealiseerd door het opnemen van een direct benoemingsrecht van alle of een meerderheid van de bestuurders door de vereniging dan wel een statutaire bindende voordracht. Eventueel zou de vereniging ook zelf het bestuur kunnen vormen van de nevenstichting.

Een andere wijze om de invloed van de vereniging statutair te versterken is instelling van een toezichthoudend orgaan binnen de nevenstichting waarvan de samenstelling (benoeming en ontslag) plaatsvindt door de vereniging. Aan een aldus vormgegeven toezichthoudend orgaan kan met betrekking tot bestuursbesluiten met grote gevolgen welke het bestaan en de inrichting van de stichting primair raken, een goedkeuringsrecht worden toegekend.

In ieder geval zal de vereniging met uitsluiting invloed moeten kunnen uitoefenen op een voorgenomen statutenwijziging. Dit kan door een goedkeuringsrecht, maar eventueel ook via een aan de vereniging toekomend (beperkt) initiatiefrecht. Het spreekt voor zich dat ook besluiten tot ontbinding, fusie, splitsing of omzetting op dezelfde wijze als de statutenwijziging slechts onder controle van de vereniging kunnen plaatsvinden.

Tot slot dient een statutaire voorziening te worden getroffen voor de bestemming van het batig saldo na liquidatie en het afleggen van rekening en verantwoording.

(neven)stichting oprichten tegen lage kosten? StichtingService heeft ruime ervaring met het oprichten van steunstichtingen of nevenstichtingen. Wij helpen je met je doelstellingen. Stel je eigen stichting direct samen via ons online aanvraagformulier>>.

Nieuw beroepsregels voor advocaten

Op 1 januari 2015 is de Wet positie en toezicht advocatuur in werking getreden. Ook de vernieuwde Orde-regelgeving is dan van kracht. De beoogde Verordening op de advocatuur vervangt bestaande verordeningen, regelingen en reglementen van de Orde. Wat betekent de nieuwe regelgeving?

Lastenverlichting voor advocaten

In het kader van de doorlichting zijn meerdere verplichtingen geschrapt die als onnodig of ondoelmatig worden gezien. Hierdoor verminderen de administratieve lasten voor de advocatuur, de lokale en landelijke orden. Dit betreft bijvoorbeeld de voorschriften over naamgeving van een samenwerkingsverband, de verplichting om een afschrift van nieuwe of gewijzigde statuten van een praktijkrechtspersoon aan de raad van toezicht te verstrekken en de verplichting voor civiele cassatieadvocaten om hun aantekening als ‘advocaat bij de Hoge Raad’ elke drie jaar te verlengen.

Verbod op het gebruik van een gemeenschappelijke naam geschrapt

Het verbod op het gebruik van een gemeenschappelijke naam door advocaten die op een andere manier samenwerken dan als samenwerkingsverband in de zin van de verordening is geschrapt. Dit komt ten goede aan bijvoorbeeld zogenaamde kostenmaatschappen of ‘voordeurdelers’, waar de advocaten samenwerken, maar wel voor eigen rekening en risico de praktijk uitoefenen. Behouden blijft dat de gemeenschappelijke naam alleen mag worden gebruikt bij samenwerking met andere advocaten, buitenlandse advocaten en beoefenaren van de toegelaten vrije beroepen.

Transparantieverplichting wijze van samenwerking advocaten e.d.

Advocaten worden verplicht om openbaar toegankelijk informatie te verschaffen over enkele aspecten van hun dienstverlening door de transparantieverplichting van artikel 7.4, zoals hun wijze van samenwerking.

Alle advocaten worden vanaf inwerkingtreding van de nieuwe verordening verplicht om openbaar toegankelijk duidelijke informatie te verschaffen over hun kantoor en enkele aspecten van hun dienstverlening. Dat kan door deze informatie op hun website te plaatsen. Het gaat daarbij over hun eventuele vorm van samenwerking onder gemeenschappelijke naam, en hoe zij hun waarneming, beroepsaansprakelijkheidsverzekering en kantoorklachtenregeling hebben geregeld (artikel 7.4). Een uitzondering geldt voor advocaten in dienstverband die uitsluitend voor hun werkgever optreden. De reden voor deze nieuwe verplichting is dat het voor (potentiële) cliënten van belang is dat zij vooraf voldoende duidelijkheid kunnen krijgen over de advocaat of het advocatenkantoor waaraan ze (mogelijk) een opdracht willen verlenen. Het voorschrift is een aanvulling op de gegevens die advocaten al openbaar moeten maken op grond van de dienstenrichtlijn (artikelen 6:230b – 6:230e BW).

Derdengelden en beroepsaansprakelijkheidsverzekering

Voor derdengelden is ongewijzigd dat elke advocaat moet beschikken over een stichting derdengelden. Nieuw is dat de stichting geen bankrekening hoeft te hebben indien de advocaat in zijn praktijk geen derdengelden ontvangt (artikel 6.22 lid 4).
De minimale vereisten waar een beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan moet voldoen, zijn niet gewijzigd. Wel is toegevoegd dat een advocaat, gelet op zijn praktijk, ‘adequaat’ verzekerd moet zijn (artikel 6.24 lid 1). Dat brengt tot uitdrukking dat de minimale dekking genoemd in artikel 6.25 onder omstandigheden onvoldoende kan zijn. In 2015 zal de algemene raad in overleg met de verzekeraars bezien of de bedragen van de minimale dekking kunnen worden verhoogd om deze in overeenstemming met het huidige prijspeil te brengen. Ook wordt nader bekeken of en in hoeverre er voorschriften moeten komen voor de verzekering van het in- en uitlooprisico.

Meer informatie en actuele ontwikkelingen rondom de nieuwe regelgeving vindt u ook op de website van de Orde.

Stichting Beheer Derdengelden Advocatuur oprichten tegen lage kosten? StichtingService heeft ruime ervaring met het oprichten van derdengelden stichtingen. De kosten bedragen € 300,- inclusief btw voor de oprichting. Dit is inclusief notariskosten. Vraag direct je eigen stichting aan via ons online aanvraagformulier>>.